15% meer vermogen uit dezelfde aansluiting. Mythe of mogelijkheid?
Veel bedrijven benutten hun netaansluiting niet optimaal. Door de arbeidsfactor (cosφ) te verbeteren leek 15% extra vermogen mogelijk. Uit onderzoek op de Ecofactorij bleek dit lokaal haalbaar maar niet schaalbaar zonder risico voor de netstabiliteit. De belangrijkste winst: Liander hanteert voortaan cosφ 0,98 voor nieuwe aansluitingen, waardoor de wachtlijsten sneller kunnen worden verkort.

Het probleem
In congestiegebieden is het elektriciteitsnet vol. Dat betekent dat klanten hun
gecontracteerd transportvermogen (GTV) niet kunnen verhogen. Het is echter ook bekend dat bedrijven en bedrijventerreinen hun netaansluiting lang niet optimaal benutten, zonder dat ze dat zelf weten.
Efficiëntiemaatregelen aan de eigen installaties en optimalisatie van werkprocessen helpen om beter binnen het bestaande GTV te blijven. Daarnaast is er mogelijk efficiency te behalen uit het net door het verbeteren van de arbeidsfactor (cosҩ). Bij een netaansluiting krijgt een gebruiker contractueel een werkelijk vermogen kW. Om dit ook daadwerkelijk te kunnen leveren dient een netbeheerder rekening te houden met de zogenaamde powerfactor, ofwel cosҩ. Dit betekent dat een netbeheerder in feite een schijnbaar vermogen (kVA) moet aanleveren, dat hoger ligt dan werkelijk vermogen (kW). Deze relatie wordt uitgedrukt als: kW = kVA * cosҩ.
Voorheen hielden de netbeheerders bij hun netplanning rekening met een arbeidsfactor van 0,85. In theorie betekent dit dat 15% van het schijnbaar vermogen niet wordt benut als werkelijk vermogen en dat een verhoging van
de arbeidsfactor richting 1.0 zou ertoe kunnen leiden dat het schijnbaar vermogen veel beter wordt benut waarbij theoretisch 15% meer werkelijk vermogen wordt gecreëerd bij cosҩ 1,0.
De aanpak
Vanuit het NEcN is ingezet om meer inzicht te verkrijgen de technische mogelijkheden om tot 15% extra vermogen van de huidige elektriciteitsaansluiting te realiseren.
NEcN heeft dit i.s.m. Liander mede onderzocht met pilot aanpak bij bedrijvenpark Ecofactorij. In een specifieke, gecontroleerde situatie, bleek lokaal mogelijk om met aangepaste aannames over cosҩén aanvullende technische maatregelen, meer werkelijk vermogen kon worden ingezet zonder risico’s voor het net. Echter, het onderzoek liet ook zien dat deze aanpak niet structureel en niet op grotere schaal toepasbaar kon worden zonder risico’s voor de netstabiliteit. Dit zou kunnen leiden tot spanningsproblemen op het transportnet hetgeen in extreme situaties kan leiden tot black-outs. TenneT heeft dit mede bevestigd.
Tegelijkertijd heeft TenneT ook aangegeven dat er te veel blindvermogen
aanwezig is in de netten en dat deze structureel op een andere manier dient te worden gereduceerd om spanningsproblemen te voorkomen. Vanuit Liander is inmiddels actief een aanpak opgezet om bij grote bedrijfsaansluitingen
blindvermogen op te kopen.
De rol van NEcN
Het NEcN heeft de proactieve stappen van Liander en Ecofactorij, inclusief mijlpalen, obstakels en leerpunten, in kaart gebracht om te bezien of een schaalbare en breder uitrolbare oplossing mogelijk zou zijn. Daarom blijft voor het reguliere net gelden dat extra GTV alleen via de bestaande procedures en randvoorwaarden mogelijk is.
De voornaamste leerpunt is, dat de aanpak om blindvermogen te reduceren door het verhogen van de cosҩfactor richting 1,0 helpt bedrijven om binnen de grenzen van gecontracteerde GTV te blijven, maar op zichzelf geen extra transportvermogen oplevert.
De Impact
Mede n.a.v. de inzichten bij Ecofactorij heeft Liander wél stappen gezet om ruimte op het net te creëren, maar dan op systeemniveau i.p.v. lokaal niveau.
Bij netinpassing van LDN vermogen hanteert Liander voortaan een hogere
uniforme arbeidsfactor (cosφ= 0,98) voor nieuwe en openstaande LDN klantvragen. Hierdoor hoeft minder blindvermogen te worden gereserveerd en kan binnen dezelfde netinfrastructuur meer actief vermogen worden gecontracteerd. Deze beleidswijziging vergroot de totale beschikbare GTV ruimte en maakt het mogelijk om een deel van de wachtlijsten te verkorten.
Daarnaast zijn netbeheerders, zoals Liander, veel bewuster om in samenspraak met Tennet actief te werken aan reductie van blindstroom om spanningsproblemen te voorkomen zodat het transportnet veilig en betrouwbaar blijft.



